Categorieën
Column Wielrennen

Chute

Wanneer kan ik weer fietsen?!

Dat is het enige dat door mijn hoofd gaat. Ik baal van mezelf, van mijn domheid, van het te gladde rooster, van het aanzetten in een te krap bochtje met te hoge snelheid. Een kreet, het beeld van mijn kapotte handen en gescheurde nagels, grind, een kapotte maar nog niet bloedende knie. Ik voel iets onheilspellends in mijn schouder. Lichaam en geest zijn nog even los van elkaar. De klap is te hard om dit zintuiglijk fatsoenlijk op te vangen.

Ik wil opstaan, het grind uit m’n wonden pulken. Ik voel een paar armen me helpen. Mart geeft aan naar de boerderij verderop te fietsen voor jodium en pleisters. Pa bekommert zich over mij.

Licht in m’n hoofd.

Net op tijd hang ik mijn hoofd weer tussen mijn benen. Nog twee keer wil ik het proberen, maar ik kan niets anders dan zitten. Uit de wind. Alles is te veel nu. Incasseren, meer kan ik niet doen, mijn ademhaling weer rustig krijgen.

Een kwartier later fiets ik al wieltjes zuigend terug naar huis. We hebben wind mee. Op adrenaline weet ik me verrassend genoeg in een redelijk tempo naar huis te sturen. Daar komt m’n lijf pas echt tot stilstand en zal ik alles moeten voelen wat me is overkomen. Nog nooit was een douche zo pijnlijk.

Maar wanneer kan ik weer fietsen?!

Malloot.

 

 

Categorieën
Column DUIC Wielrennen

een oudhollands gedicht – #65

Paulien Polderman. Gijsbert Nieuwkoop. Lodewijk Rinsma. Bram Bet.

U leest ze, maar lees ze nu even hardop voor en dan net iets harder dan u gewend bent: Paulien Polderman! Gijsbert Nieuwkoop! Lodewijk Rinsma! Bram Bet!

Voelt lekker, niet?

Wat mij betreft stuk voor stuk namen die klinken als een Oudhollands gedicht. Je ziet het voor je: de blonde polder-Paulien krijgt tóch iets met Gijsbert, een jongen van eenvoudige komaf. Dit terwijl de adellijke Lodewijk met al zijn hoffelijkheid haar had proberen te veroveren. Als reactie op deze vernietigende afwijzing besluit Lodewijk met vriend Bram zich een stuk in de kraag te zuipen. Uiteindelijk belanden de twee heren rollebollend in de rododendrons achter het landhuis van Lodewijks ouders. En dat we dan nooit precies zullen weten wat daar gebeurd is, maar er wel voor altijd om blijven giechelen. Zoiets.

Maar nee, het verhaal blijkt anders in elkaar te steken: Paulien Polderman, Gijsbert Nieuwkoop, Lodewijk Rinsma en Bram Bet zijn namen die ik terugvind als ik de uitslag van het op 28 augustus gehouden Utrechts Tijdritkampioenschap (UTK) doorneem. Voor de duidelijkheid: tijdens het UTK fietsen eenlingen met piepende longen en de tong op het stuur heel erg hard over de Lekdijk. Tegen de wind in. En ook dat klopt. Ik bedoel: Paulien Polderman. Dat klinkt toch alsof je spontaan de tegenwind door je haar hoort gíeren?! En dan Gijsbert Nieuwkoop. Een Hollandschere en harder stoempende naam op kop van een jakkerend peloton kan ik niet bedenken. Lodewijk Rinsma, je ziet hem voor je: één van de weinige tijdrijders die een universitaire studie heeft afgerond, stilist pur sang, doodstil op zijn fiets, zal door zijn lengte nooit heel hard een berg op kunnen rijden. En als laatste Bram Bet. De waterdrager, de trouwe knecht, de man die het eigenlijk voor de lol doet, maar lachend op laat tekenen dat hij daar wel zo’n vier tot zes uur per dag voor op de fiets gaat zitten. Voor de lol dus. Typisch Bram.

En nu ga ik ze als de sodemieter facebooken. Ik hoop dat ik gelijk heb…