Categorieën
Column Verhaal Wielrennen

Ballenbaktenue

6 april deed ik mee aan een door Wielerplatform Utrecht georganiseerde verhalenwedstrijd tijdens het wielercafé in Cycleworks, Utrecht. Heel tof: de jury riep het uit tot het beste verhaal en zo werd dit in het blad Fiets gepubliceerd. Perplex stond ik toen het blad op de mat viel (zie afbeelding.)

Hieronder de uitwerking van het verhaal ‘Ballenbaktenue’.

‘Kijk, kijk! Hij wint!’ roep ik.

Terwijl ik een mintgroene Ford over de vloerbedekking duw en hem voor de zoveelste keer als eerste over de finish laat gaan, valt mijn vader langzaam in slaap op de bank. De afgelopen jaren is het een zondags ritueel geworden. ’s Ochtends gaan we ter kerke, dan aan de gevulde koeken bij opa en oma en als we rond drie uur thuis komen gaat de beeldbuis aan. De commentatoren prevelen als gewichtige ooms op een kringverjaardag.

Het is 14 april 1996.

Opgroeien in een streng gereformeerd gezin is zoiets als tegen vals plat op moeten fietsen: op het eerste gezicht is er niets aan de hand, maar de verzuring ligt altijd op de loer en je moet het juk steevast met je meetorsen. Tot een paar jaar terug. In het geniep hadden mijn ouders een tv aangeschaft, of, zoals de dominee op zijn prekerig Flakkees kon zeggen, ‘ut kasje van d’n duvel’. Bij toeval vond achtjarige ik het zondige apparaat verstopt in een kast. Eindelijk was de spanning van de benen, het tijdperk van het hellend vlak was aangebroken en ik was verlost: het mocht van papa en mama.

Inmiddels is er wat gesnurk toegevoegd aan vaders dutje. Ik scheur met de Ford nog wat boeven achterna en kijk even richting de tv. Drie mannen jakkeren op hun fiets over stoffige hobbelweggetjes. Hun tenue ziet eruit alsof ze bij het ballenbakmeubilair van de McDonald’s horen, ze dragen brillen die iets buitenaards suggereren. Een blauwe auto komt naast ze rijden. Handgebaren naar elkaar. Het lijkt niet helemaal van harte.

‘Onenigheid in de ploeg eh…’ hoor ik commentator 1 zeggen.

‘De luxe is te groot voor Lefevere,’ antwoordt commentator 2.

Sinds naar het kastje kijken geen diabolische bijsmaak meer heeft, wij zelfs zo’n kastje in huis hebben en ik er naar mag kijken, is de koers mijn achtergrondmuziek geworden bij Lego-achtervolgingen en Playmobil-veldslagen. Maar vandaag dringen de beelden zich steeds meer aan me op, ik wil steeds minder missen. Ik word opgezogen door het zenuwachtige gebonk van dunne bandjes over dikke kasseien. De drie mannen in ballenbaktenue, de hysterische mensenmassa langs de boerenpaden, de commentatoren die de hele tijd maar van ‘suprematie’ spreken en het klapperende orgelpunt van de helikopter; vandaag maak ik kennis met de totale hectiek die Parijs – Roubaix heet. Wanneer de drie mannen de wielerbaan oprijden en beginnen met juichen, maak ik mijn vader wakker: ‘Kijk, kijk! Ze winnen alle drie, kijk!’, zeg ik, terwijl ik aan zijn arm trek.

——

Het is 8 april 2018. Terwijl de kerkklokken luiden, draai ik me nog een keer om en denk aan de koers. Vandaag wint er maar één. Geen mintgroene Ford, geen ballenbaktenue, maar een renner in blauw.

Naschrift: Dit verhaal werd geschreven in aanloop naar de verhalenwedstrijd gehouden op 6 april 2018 tijdens het Wielercafé in Cycleworks, Utrecht. Twee dagen later was het geen renner in blauw die de kassei de lucht in mocht houden, maar de wereldkampioen. De mintgroene Ford maakt het goed, het ballenbaktenue zal onder geen enkel beding worden aangeschaft door de schrijver en een dutje doen tijdens het kijken naar de koers is voor vaders. 

Categorieën
Wielrennen

verslaafd aan wielerstatistieken – #51

Wat lukrake statistieken van een zekere renner uit een of ander land en zijn seizoen 2016 tot dusver:

  • twaalf dagen in koers;
  • 1946,6 kilometer op zijn zadel;
  • finishte niet tijdens het kampioenschap van zijn land en
  • hij werd 84e in de derde etappe (Glenelg – Campbelltown) van de Santos Tour Down Under.

Prachtige middelmaat van een renner die we geen topper mogen noemen. Uitslagen die onder het hoofdstuk ‘In de vergetelheid’ terecht zullen komen in het wielerboek des levens. Geen schande, hij heeft bestaan. De hoofdstukken ‘Meesterknechten’, ‘Zelfs geiten houden mij niet bij’ en ‘Kleppers tegen de klok’ zijn voor anderen. Prima.

Wat duiding: sindskort ben ik verslaafd aan PCS. Pro Cycling Stats voor de niet-kenners. Een website met een onnoemelijke berg statistieken betreffende alle (semi-)professionele renners en uitslagen van eendagskoersen en de kleine en grotere rondes. De makers schijnen van Nederlandse komaf te zijn. Op PCS speur ik dagelijks naar mijn shot achterblijvers, de ‘DNF’-ers, de minuten, halve en hele uren aan achterstanden van jongens die compleet uit elkaar getrokken een finish over komen. In mijn hoofd groeien de vraagtekens achter hun naam en tegelijk vliegen de door mijzelf bedachte verklaringen me om de oren: van ‘een slechte winter’ naar ‘iets verkeerds gegeten’ tot ‘relatieperikelen’ en ‘zijn schoonmoeder ligt op sterven.’ Sinds alle wielerstatistieken op aard’ op deze website zijn gebundeld – en elke dag weer worden aangevuld – ben ik nieuwsgieriger dan ooit naar de trivialiteiten in het wielerpeloton. Een exotisch bergpuntje op een Chileense heuvel, een dubieuze kopgroep tijdens een kasseienrondje rond een of ander gebedshuis in Chișinău: ik wil alles weten.

Oh ja, bij die eerder genoemde ‘een of andere renner uit dat een of andere land’ staat trouwens nóg een aardig wapenfeitje:

Categorieën
Wielrennen

#50 grindbakgebit

13 juli 2013, Lyon. Het moet er verschrikkelijk warm zijn geweest die dag. De laatste kilometers stonden de mensen meer dan vijf rijen dik tegen elkaar aan geplakt. Het rook er naar zomer, zweet en chauvinisme, een Fransman reed voorop. Journalisten van dezelfde komaf verkneukelden zich al: dat werden prachtige koppen op hun ‘quatorze juillet’! En ook voor ons Nederlanders waren het mooie dagen: Johnny reed voor de 397e keer (tevergeefs) voorop in die prachtige trui en Bau (op dat moment 2e) en Lau (5e) deden het lekker in het algemeen klassement.

Daar was de vod – en daarmee de Franse *putain de merde!* teleurstelling. De arme Julien Simon – normaliter een uit-de-wind-houder, maar die dag in de finale van een TDF-etappe – werd door een groep achtervolgers opgevroten. Het kolfje zou naar de hand van de Zwitser Albasini zijn. Uitgemaakte zaak. Ik schreef z’n naam vast op. Man met timing en ergens wat Italiaans sprintersbloed: dat kon niet mis gaan. 

Maar het verhaal zou zich anders laten schrijven. Een ventje met een gebit als een grindbak duwde zijn neus aan ‘t venster. Vol ondeugd passeerde hij als eerste de finish. Tien, twintig centimer scheelde ‘t maar met de nummer 2. Het bleek een Italiaan, energiek en een gnuif waarvan ik in de lach schoot. Hij moest onbedaarlijk veel macht in de poten hebben voor het heuvelachtige klassiekerwerk, anders won je geen etappe in de Tour. Die moest ik in de gaten gaan houden.

Helaas. Ik bleek in de jaren daarna toch vooral te behoren tot de groep ‘gemakzuchtige kijkers.’ Ik ontwikkelde een vanzelfsprekend zwak voor mensen die vaak tweede werden (Greg & Peter), elk jaar weer hoopte ik dat Niki Terpstra een klassieker zou winnen (en jawel) en Giant werd voor mij de meest sympathieke wielerploeg in het peloton (schot voor open doel). Een clichématige wielerfan: genoeg wetend voor de kroegpraat, te weinig voor de wielerquiz.

Tot afgelopen woensdag 6 april. De wielerwereld probeerde nog steeds woorden te vinden voor wat er drie dagen daarvoor in de 100e Ronde van Vlaanderen was gebeurd, maar in Antwerpen werd er al weer een blik aan wereldse spurtersbenen open getrokken. Als clichématige wielerfan had ik eigenlijk geen tijd voor kleinere eendagskoersen, maar tijdens het zappen bleef ik – meer per ongeluk dan expres – toch hangen bij Michel en José. De renners moesten nog 5 kilometer weg trappen, de treintjes werden gevormd en iedereen voelde langzaamaan ‘t zuur de oren uitkomen. En daar was hij weer (vanaf 1:30 zonder bril), drie jaar later: het grindbakgebit! In een volledig andere rol, zich uit de naad werkend voor Der Marcel, maar hij was er weer! Vast had ik ‘m gezien tijdens andere koersen, maar als gezegd: gemakzuchtige kijker…

Maar zondag ga ik voor ‘m zitten, tijdens Parijs-Roubaix. Hij zal niet als eerste de wielerbaan opkomen. Hij zal de kastanjes, de kasseien, uit het vuur slepen voor zijn kopmannen. En ik ga iets minder die gemakzuchtige kijker uithangen. Tenminste, als het om die gnuivende grindbak van Matteo Trentin gaat.

Categorieën
Wielrennen

#49 interbellum

Welkom in de mooiste week van het jaar, vélo vererende lezer. Echt waar, de rest doet er even niet toe.

*U twijfelt, maar leest door.*

Al zijn het monsterontsnappingen van 200+ kilometers, al wint er een Nederlander L-B-L, al bestijgt er een Maastreechtse bink het Olympische podium: híer, nú en om déze week gaat het.

*Uw nieuwsgierigheid is gewekt en even droomt u weg en ziet u weer het wapperen van de zwarte leeuw op het gele doek. U kantelt het glas weer naar stevige stijgingspercentages en proeft weer even afgelopen zondag.*

Het mag! Ja! Zuip uzelve te pletter, neem de week vrij, kniel voor elk passerend frame met twee wielen en zing van zielevreugd’ over de koers! En vooruit, dat mag u een beetje aandikken met wat biggelaars.

*U bent ‘t, nondeju, met me eens! Vrouwlief schrikt van de knallende knuist op tafel. BAM!*

Wat u zondag heeft gezien was de meest sacrale editie van De Ronde van Vlaanderen sinds tijden.

*BAM #2!*

Een super-Slowaak in de mooiste en tevens lelijkste wielertrui deed alles goed en – laten we wel wezen – beter dan we hadden durven dromen.

*Super-Slowaak Petrus S.*

Onze Petrus S. – de meest roekeloze gelovige in koers – verloochende de wielerwetten en verloste zichzelf. Belangrijker nog: afgelopen zondag bracht Petrus S. het rotsvaste geloof weer terug bij de gewone man. Het geloof in de koers, het geloof in het samen bewieroken van de koers en vooral het geloof in dat sámen kunnen doen.

*Wanneer de godenverering u wat ver gaat, heeft u waarschijnlijk nog niet genoeg gedronken.*

En volgende week gaan Petrus S. en consorten het huwelijk weer aan met de Koningin der Klassiekers: Paris-Roubaix. En Petrus S. – met zijn rotsvaste geloof – zal over de kasseien heen denderen, op weg naar zijn lief die hem zal opwachten, daar, bij de finish op die wielerbaan. En wat er ook gebeurt – of hij nu wint, tweede wordt of zijn sleutelbeen breekt – hij weet één ding verdomd goed, lieve lezer: it’s bad to be sad. 

*U lacht en probeert zo nasaal mogelijk dit tegen vrouwlief te zeggen. Het liefst zal ze dit nooit begrijpen, maar zal haar hart wel een vreugdesprongetje maken om het feit dat u nog steeds een jongetje bent.*

Kijk nog even terug op De Ronde en begin u maar vast te verkneukelen over Trouée d’Arenberg en le Carrefour de l’Arbre.

Koers is geen oorlog, maar ‘t is dikwijls oorlog in koers.

Welkom in de mooiste week van het jaar.