Categorieën
Column Verhaal Wielrennen

Ten Dam in het geel

Ten Dam en zijn plezier in het slopen

“Ik ben goed.” dixit Laurens ten Dam.

Ik heb het hem vaker horen zeggen. Inmiddels 36, maar meer dan ooit heeft Laurens ten Dam niets te verliezen. In tegenstelling tot andere profs heeft hij de ware truc van het wielrennen ontdekt en deze zich volledig eigen gemaakt: hij heeft plezier in het fietsen. Geen turbodijen, geen punchersraket in de reet, maar een wil die sterker is dan ijzer. Hij knecht en sloopt en doet dat met een glimlach.

 

Ten Dam en het moment

In het hoofd kijken van iemand die ik nooit heb gesproken, is een lastige bezigheid. Toch heb ik het gevoel dat ik Lau ken. Ik denk dat veel mensen met mij dat gevoel hebben. Sinds de Tour de France van 2013, ook wel de Tour van Bau & Lau, is hij de boy next door geworden, de sympathieke zwager, de bier uitdelende barbecue-man in het park. Hij staat open, in het moment, hij is mindful, ook al zal die term hem zijn reet roesten. Eerst een avontuurtje richting Californië, later redacteur worden van het leuke blad Bicycling en dan ook nog eens de meesterknecht uithangen voor Giro-winnaar Tom Dumoulin: LtD doet het allemaal.

 

Ten Dam in het geel

Zojuist las ik de volgende zinnen uit dit interview met de NOS:

“Wie weet zit ik zaterdag of zondag mee en laat het peloton ons rijden. Als ik dan de kortst geklasseerde renner ben, sta je zo in het geel.”

Stel je voor dat Robert Gesink dit had gezegd. Of Janez Brajkoviç. Iedereen zou het keiharde lulkoek vinden en het verwijzen naar het Rijk der Tourfabeltjes. (Het Rijk waar Tyler H. op 23 juli 2003 ‘gewoon een goede dag’ zou hebben gehad. Daarheen.) Bovendien zouden alle meesterknechten bovenop je achterwiel gaan zitten. Maar deze woorden zijn van Laurens ten Dam, de man die plezier heeft in zijn vak. In het moment, niet denkend aan alles dat hij toch niet meer kan veranderen of dat wat hem nog in de weg kán gaan staan. Le Maillot Jaune, het kan. En ik geloof ‘m.

Zoals hij al zei: “Ik ben goed.” En anders zal het ‘m zijn reet roesten.

Categorieën
Column DUIC Wielrennen

martijn wie?! – #67

Wanneer Dafne Schippers ‘boeh’ of ‘bah’ zegt, weten de media er onderzoeksjournalistiek van te maken. Als Erik ten Hag nog niet de gewenste resultaten haalt met zijn team, schrijven kritische Utrecht-watchers de club al de Zondag Amateurs in. Als Wilco Keldermans ketting eraf valt en hij ‘m er zelf weer op zet maken de media er een Zomergastenachtig item over met zijn ouders. De beste mensen vertellen dat hij vroeger altijd moest huilen als dat gebeurde, maar dat ie dat nu helemaal zelf kan. Al wandelend langs Wilco’s basisschool vertelt vader Kelderman over Wilco’s fietsavonturen. In Veenendaal. Want dat ligt nog net in Utrecht (huh?). En als Martijn Tusveld – Martijn wie?! – 18e wordt in de… – Martijn Tusveld?? – Zegt u niets?

Het is oké. – Martijn Tusveld?! – Rustig maar, het is weekend.

Nee,” duwt u er uiteindelijk wat vertwijfeld uit, “zegt me niets.”

Precies, dat dacht ik al. Vooruit, u mag drie keer raden… Sorry, u zegt?… Ik versta u niet zo goed. U mompelt een beetje, ik probeer het te ontcijferen.

Nee, geen professionele bollenpeller… Nee, heeft zich nooit gespecialiseerd in zaklopen op de Vrijmarkt… Nee, hij kan niet heel snel heel veel te hete bitterballen achter elkaar naar binnen werken. Helaas, u bent af.

Martijn Tusveld is een wielrenner en Martijn Tusveld werd gister 23 jaar. Als u googelt op Martijn Tusveld vindt u al snel nieuwsberichten die gaan over het krijgen van een stagecontract hier en een profcontract daar. Hij is lekker bezig. Prima. Oh ja: Martijn Tusveld komt uit Utrecht. En daar gaat het om.

Op dit moment houdt Martijn Tom Dumoulin uit de wind in de Ronde van Groot-Brittannië. Geen rondje voor pannenkoeken. Na zes etappes staat Martijn bovendien 30e in het algemeen klassement. Martijn is zelf dus óók geen pannenkoek. Wat ik hoop is dat Martijn een superster op de fiets wordt. Een soort Peter Sagan maar dan op z’n Hollands. Dat ie na het winnen van de regenboogtrui kwijlend wat vragen beantwoordt, de EU-problematiek oplost in tien seconden en aan het einde van het interview nog even de groeten doet aan z’n oom in Ondiep waar ie nog elke week een uurtje mee damt.

Uiteraard is deze generatie renners (Gesink, Terpstra, Poels, Dumoulin) best aardig, maar ik ben nog op zoek naar een Nederlandse renner die iedereen he-le-maal de vernieling in rijdt. Ik zie het wel voor me: ‘Tusveld wéér de sterkste in heroïsche Alpenrit’, ‘Martijn doet ze weer pijn’ en ‘Tusveld en dan heel lang niets’. Laten we hem maar vast de hemel inschrijven, elke scheet die hij laat bejubelen met ‘oh wat knap!’ en hopen dat z’n ketting er niet af dondert op de momenten dat het er om gaat.

Spannend, dat zeker! En in dat perspectief, lieve media, is het misschien toch beter om hem nog even geheim te houden. Hem koesteren… Ssst! Mondje dicht hè!

Martijn wie?!

Gefeliciteerd, Martijn. Met je verjaardag én je profcontract.