Categorieën
Verhaal

#36 fragment uit ‘plaatjesverkoper’

…”Roos bleek naast zacht ook een wat complex karakter te hebben. Na het katten-incident verslonsde het huis, er lagen geen schone boxershorts meer in mijn kast en het krat bier liep sneller leeg dan ik kon drinken. Het was duidelijk: de vergeldingsacties waren ingezet. Toch liet ze het in haar doen en laten niet merken. Ik probeerde haar te ontmaskeren, bestudeerde haar wenkbrauwen, de stand van haar lippen, de manier waarop ze kreunde, maar niks. Alsof ’s nachts de kabouters kwamen om het voor me te verpesten. Het was lastig bovendien, want Roos draaide onregelmatige diensten en ik werkte inmiddels vijf, soms zes, dagen bij Jan. We leefden langs elkaar heen, dus besloot ik het anders aan te pakken. De kamer was aardedonker. Het was net voorbij vijven in de ochtend, een week na mijn besluit. Roos kwam thuis van een nachtdienst. Ik hoorde haar sleutels landen op het aanrecht, er plopte een bierfles open en vervolgens werd deze geleegd in de gootsteen. In de seconden daarna hoorde ik haar verbazing groeien, haar ademhaling sloeg op hol, ze brieste. Middenin de woonkamer zag ze haar koffer, gevuld en wel. Dit was míjn cue, dit was háár surpriseparty en, god, dit zou ze zich heugen tot in lengte van dagen! Ik deed het licht aan en sprong op vanachter de bank. Half zes ’s morgens stond Roos op straat en zette ik het geluid van mijn telefoon uit. Ik dook nog een paar uur in bed, want dat had ik verdiend. Mijn eerste samenwoon-avontuur was uitgelopen op een fiasco en dus besloot ik alle vrouwen manipulatief en verdorven te vinden. Gewoon, voor even, want dat hielp. Van het huis zou ik weer een mannenhuis maken, met mannendingen en zo. Van Roos heb ik nooit meer iets gehoord.”

Categorieën
Krabbel Wielrennen

#30 lieve ken

Een mengeling van zweet en regenwater doet zijn benen glimmen. Zo rustig en soepel als hij nu de straat in rijdt, terugkerend van zijn trainingsrondje, zo bonkig en vol vuur zag ik hem vorige week zondag in de koers proberen, proberen en nog eens proberen. Ooit was ik een meisje van dertien, Ken, nieuwsgierig en vol opwinding om de kleinste dingen. Als mijn vader weer eens een nieuwe fiets had gekocht, als mijn oudere broer meedeed aan de plaatselijke kermiskoers, als ik een bidon had bemachtigd van een paar glimmende benen… Lees hier verder.

Categorieën
Wielrennen

#28 arme rui

Twee uur na de finish sta ik nog steeds perplex. Tot vandaag had hij toch echt iets weg van die jongen van vroeger, die jongen die alles altijd net een tikje beter wist, die jongen die altijd net iets sterker was, die jongen die dat altijd liet merken met een uitermate smalend glimlachje. Tot enkele honderden meters voor de finish vertolkte hij die rol voor mij. Vorig jaar won hij de Ronde van Zwitserland, smalend. Ook won hij etappes in de Tour, smalend. En hij werd ook nog eens wereldkampioen in Florence, u raadt het al: smalend. Lees hier verder…

Categorieën
Krabbel

#24 draaien, draaien, draaien

De thermometer zegt 7 graden, de lucht zegt strak blauw en de benen zeggen ja. De kerkklokken luiden nog niet, maar in menig huis wordt de zondagse kledij alvast glad gestreken. Ooit deed ik dat ook en ergens wil ik dat nog steeds. Hoewel, ik wil het maar dan anders. Zingend en lijdend, alleen, in afzondering, niet en masse in de houten banken. De polder is van mij, nergens een mens te bekennen. Ik schroef het ritme op en oefen mijn mantra: ‘draaien, draaien, draaien.’ Af en toe word ik afgeleid door taferelen der natuur: een groep schaterende ganzen, een konijn op de vlucht voor niets, een joggende vrouw. Ik betrap mezelf op deze onnozelheden en dwing mijn oor weer tot de preek, ‘draaien, draaien, draaien’, op weg naar daar waar ik wil zijn: hier. Het stemmige suizen van het asfalt zingt het credo.

Categorieën
Column

#12 kristof goddaert

“Een aankomende bus kon hem niet meer ontwijken,” schreef het NRC gister. Ik had nooit bewust van Kristof Goddaert gehoord. Kristof Goddaert, gewoon, een naam uit het wielerpeloton. Een Vlaming, logischerwijs. Thijs Zonneveld twitterde een vloek, de tweede etappe van de ronde van Oman startte met een minuut stilte en de herinnering aan die in 2011 verongelukte Belg, Wouter Weylandt, kwam ook weer boven in menig artikel. Na het lezen van dit trieste nieuws zocht ik zijn erelijst op: derde tijdens het Belgisch Kampioenschap van 2009 en tweede tijdens het BK in 2012, achter Tom Boonen. Afgelopen jaar had ik voor het eerst een BK gekeken op ‘de Belg’. Stijn Devolder denderde iedereen eraf. Beulswerk was het. Dat moest Kristof Goddaert toch ook in zijn benen hebben gehad. Iemand van het beulswerk, wellicht, want ja, derde in 2009, tweede in 2012… Posthuum dwong hij respect af. Kristof Goddaert werd 27 jaar.

Categorieën
Column Muziek

#11 grasnapolsky, pt. 2

Het licht scheen naar binnen zoals dat alleen op een zondagmiddag kan. De avond ervoor hielden de wolken hun vuisten nog hoog, maar toen de ochtend eenmaal kwam zagen we, zoals Maarten van Roozendaal eens zong, de pas gewassen luchten. Toch voelde de kater vervelender dan anders, de fles whiskey was leger dan anders en de brok in de keel zat hoger dan anders. Dat laatste dankzij Douglas Firs of eigenlijk Gertjan van Hellemont, de zanger en liedschrijver van dit duo, een duo dat normaal gesproken een kwartet is. Ik was blij dat ze er niet allemaal waren. Het klopte. En alles deed zeer.

Categorieën
Column Muziek

#3 i’ve grown so ugly

In 1956 schoot Robert Pete Williams een man dood in een nachtclub. Uit zelfverdediging, stelde hij. Hij kreeg levenslang, maar gek genoeg startte zijn carrière juist in de gevangenis. The Louisiana State Penitentiary om precies te zijn, maar in de volksmond werd deze Angola genoemd, ‘the Alcatraz of the South’. Blijkbaar waren musicologen in die tijd zo wanhopig dat ze zelfs in gevangenissen op zoek gingen naar nieuwe blueshelden. En die vonden ze in Robert Pete Williams. Ze hadden bovendien zoveel invloed dat zijn straf van levenslang naar 15 jaar werd gewijzigd. Uiteindelijk zou de beste man na 3,5 jaar weer buiten staan, hoewel hij nog wel een aantal jaren 80 uur per week moest werken voor de staat Louisiana. ‘Servitude parole’, ook wel slavernij. Maar toch: een moordenaar na 3,5 jaar weer op straat in de zuidelijke staten van Amerika… Robert Pete Williams schreef in de gevangenis alleen maar nummers over het leven daar, waaronder ‘I’ve Grown So Ugly’ met onderstaande coupletten. Luistert en leescht.

I got up this morning And I put on my shoes I tied my shoes Then I washed my face I went to the mirror For to comb my head I made a move Didn’t know what to do I tipped way forward Got to break and run Baby, this ain’t me Baby, this ain’t me Got so ugly I don’t even know myself I left Angola 1964 Go walking down my street Knock on my baby’s door My baby come out She asks me who I am And I say, honey, Don’t you know your man? She said my man’s been gone Since 1942 And I’ll tell you Mr. Ugly, He didn’t look like you